Gemengd rantsoen minder geschikt rond spenen

Rond het speenmoment wordt de Droge Stof-opname (DS) uit ruwvoer steeds belangrijker als bron van energie en eiwit voor het kalf. De hoeveelheid melk wordt geleidelijk afgebouwd waardoor kalveren meer ruw- en krachtvoer gaan opnemen. Twee voorwaarden voor een probleemloze overgang: 1) ruw- en krachtvoer moeten smakelijk en voldoende aangeboden worden en 2) het kalf moet in staat zijn om voldoende DS te verwerken om in haar eiwit- en energiebehoefte te voorzien.

Onderzoekers van de Universiteit van Guelph (USA) publiceerden in januari 2016 een onderzoek in de Journal of Diary Science waarin ze effecten van verschillende voerstrategiën onderzochten. 4 verschillende groepen kalveren kregen voor spenen het volgende gevoerd: melk en TMR (TMR in de grafiek), melk en alleen krachtvoer (CON), melk en hooi + krachtvoer gemixed (MIX) of melk en hooi + krachtvoer niet gemengd (SEP). 

In de grafiek is te zien dat de TMR-groep duidelijk achterblijft in DS-opname, met als gevolg de kalveren in deze groep achterbleven in groei in vergelijking met de andere voergroepen. Ook viel het onderzoeker op dat de kalveren uit de TMR-groep minder snel aten, maar wel evenveel kilogrammen voer opnamen. De onderzoekers concludeerden dat de TMR-groep minder goed presteerde omdat het DS% van het TMR slechts 52% was in tegenstelling tot gemiddeld 89% voor de andere voergroepen. Kalveren kunnen maar tot een bepaald maximum aan kilogrammen voer per dag verwerken. Als het DS% van het aanvullend ruwvoer voor spenen en vervangend ruwvoer na spenen te laag ligt, zijn kalveren niet in staat om genoeg DS te verwerken om in de eiwit- en energiebehoefte te voorzien.

 calves dmi

(Bron Hoard’s Dairyman mei 2016)